Tsjonge das mie ook ain laang ding

Het was in de begin jaren 60, wij, samen met mijn zusje en ouders uiteraard, woonden toen in de Coranthijnestraat in de stad Groningen, ik was nog maar een kereltje van een jaar of vijf, zes en vond die grote rode bussen die onze straat voorbij reden maar wat interessant. Regelmatig zag ik ze dan ook voorbij rijden over de Oosterhamriklaan alwaar ter hoogte van de Surinamestraat de eindhalte was.

Samen met mijn vriendjes waren we daar bij die bushalte dan ook  regelmatig te vinden. Natuurlijk niet alleen maar om die bussen af en aan te zien rijden, nee dat niet, maar het ging ons er voornamelijk ook om, de buschauffeur te vragen naar de buskaartjes, de buschauffeur begreep destijds precies wat we bedoelden het ging uiteraard om die lege buskaart boekjes waar vanaf de kaartjes welke volgens mij toen een kwartje kosten werden afgescheurd. Telkens als er dan weer een bus bij de halte aankwam en de voordeur werd dan open gedaan wist de buschauffeur al wel dat wij om die lege boekjes vroegen. Opvallend was ook de geur die uit de bus kwam, wanneer de deuren werden open gedaan een geur die je eigenlijk nooit meer kwijtraakt, de ene keer was het diesel vermengd met de geur van de leren bekleding van de stoelen, de andere keer de bedompte lucht wanneer het had geregend en de bus vol met mensen had gezeten. Geuren die ik vele jaren later weer rook toen ik zelf chauffeur was op zo’n prachtige rode bus.

Regelmatig kreeg ik dan ook weer die flashbacks en had toen nooit kunnen bevroeden dat ik zelf ooit eens buschauffeur zou worden op zo’n schitterende mooie rooie bus.

Zo herinner ik mij ook de allereerste keer dat ik, na de opleiding te hebben gehad van George Bekius, voor het eerst samen met mijn leermeester Albert Schra passagiers mocht gaan vervoeren. Pfff dat was zweten, maar wel ontzettend stoer, ik in zo’n grote bus, volgens mij was dat bus 9 of 7, althans het was een Leyland, regelmatig keek dan ook even in de spiegels en dacht dan bij mijzelf, tsjonge dat is mie ook ain laang ding.

Uiteindelijk nadat ik bijna werd vrijgelaten door Albert Schra en alleen zo’n mooie bus mocht gaan besturen voelde ik mij de koning te rijk, lekker bus rijden en daar ook nog geld voor krijgen.

Nu vele jaren later nadat ik in 1985 mijn laatste rit met zo’n prachtige rooie GVB bus had gemaakt en 1 werkgever verder kriebelde mij het enorm om al mijn oud collega’s eens weer te zien, wat is er van hun geworden, rijden ze nog op de bus, of zijn ze al gepensioneerd of in het kwaadste geval leven ze überhaupt nog.

Tijdens het organiseren van de reünie werd ik er steeds meer mee geconfronteerd dat er inmiddels al heel veel van mijn oud collega’s niet meer zijn, collega’s die veel jonger waren dan mij maar ook ouderen, en dan sta je wel even weer met beide pootjes op de grond en denk je bij jezelf  “Riemer tel je zegeningen” dat ik het geluk nog heb om dit allemaal nog te mogen meemaken.

Maar ja het leven gaat door en die collegae die ons hopelijk ruimschoots voor zijn gegaan zullen altijd in onze herinneringen blijven bestaan en zullen nooit worden vergeten.

Welnu, om al die leuke maar ook minder leuke herinneringen weer eens te kunnen en mogen delen met ex collegae en hun anekdotes/herinneringen te horen leek het mij leuk om samen met het geweldige team van Stichting Skopje Harkstede een reünie te organiseren voor al die chauffeurs/monteurs/magazijnmedewerkers/kantoorpersoneel van het voormalige Gemeentelijke Vervoer Bedrijf. (GVB). Zoals het nu al lijkt blijkt deze reünie inderdaad een schot in de roos te zijn geweest want samen met mij zijn er al heel veel ex collegae die zich hebben ingeschreven voor de Reünie op 21 oktober in Harry’s Café te Engelbert.